
In mei werd ik ineens ziek. En met ineens bedoel ik ook echt ineens. Achteraf waren er misschien al wat kleine signalen, maar die had ik vooral genegeerd of afgedaan als iets tijdelijks. Tot het moment dat ik dag en nacht op de wc zat. Mijn lichaam nam nauwelijks nog voedingsstoffen op en langzaam liep mijn energie helemaal weg. Ik was enorm verzwakt, had een lage bloeddruk en op een gegeven moment was zelfs een stukje lopen een behoorlijke opgave.
<scroll down for English>
En dat is nogal wat als je normaal het liefst zo veel mogelijk buiten bent en op een mountainbike zit. Gelukkig had ik een doortastende huisarts die me snel doorstuurde naar een specialist. Daar kwam de diagnose: een chronische darmziekte. Dat was natuurlijk even schrikken.
Omdat ik zo verzwakt was, kreeg ik een prednisonkuur van zes weken. En gelukkig merkte ik na een paar dagen al dat er iets veranderde. Niet ineens bam, weer fit. Maar wel: ik voelde me iets beter. Langzaam kwam er weer wat energie terug. Eerst waren het hele kleine dingen. Een wandelingetje. Boodschappen doen op de fiets. Het huishouden. Klinkt niet bepaald spannend als je normaal je weekenden vult met trails, hoogtemeters en enduro, maar voor mij waren het op dat moment serieuze mijlpalen.
Ik ben me in die periode ook veel meer gaan verdiepen in voeding. Niet omdat ik ineens een ingewikkeld dieet moest volgen, dat hoef ik gelukkig niet, maar omdat ik mijn lichaam weer wilde opbouwen. Ik was flink afgevallen en wilde vooral weer sterker worden. Wat kan ik eten waardoor ik me goed voel? Waar krijg ik energie van? Wat heeft mijn lichaam nu nodig?
Later bleek uit mijn bloedwaarden dat mijn ijzergehalte ook veel te laag was. Een ijzerinfuus gaf me vervolgens een enorme extra boost. En toen begon het echte opkrabbelen. Eerst weer een stukje hardlopen. Daarna een klein rondje fietsen. En eerlijk: ik ben nog nooit zo blij geweest met mijn e-bike.



Normaal gebruik ik mijn e-bike vooral om in de bergen omhoog te komen en mijn energie te bewaren voor de afdaling. Maar nu was hij ineens mijn perfecte comeback-bike. Geen gedoe met zware benen of te weinig energie voor de terugweg. Gewoon opstappen, een stukje fietsen en kijken hoe mijn lichaam reageerde. Daardoor kon ik veel sneller weer op de fiets zitten dan wanneer ik alles op eigen kracht had moeten doen.
En toen kwam het moment waar ik misschien wel het meest naar had uitgekeken: weer op mijn enduro. Ik weet nog precies hoe dat voelde. Ik stapte op mijn fiets en moest gewoon huilen. Niet omdat ik iets bijzonders ging rijden. Ik was gewoon zó blij dat ik weer op mijn fiets zat. Dat gevoel van vrijheid. Buiten zijn. De fiets onder me. Even nergens anders mee bezig zijn. Dat is precies waarom ik zo van mountainbiken hou.
Inmiddels gaat het gelukkig goed. Ik heb onderhoudsmedicatie, ben weer 100% aan het werk en sport weer volop. Ik fiets weer in mijn achtertuin, maar ook in de bergen zodra ik de kans krijg. En eerlijk? Ik geniet er misschien wel meer van dan ooit. Want als er iets is wat deze periode me heeft geleerd, is het hoe kwetsbaar je lichaam eigenlijk is. Je denkt dat je morgen gewoon weer kunt fietsen. Dat je volgende week wel een paar uur in het bos kunt rijden. Dat je genoeg energie hebt om te werken, sporten, af te spreken, op pad te gaan. Tot dat ineens niet meer vanzelfsprekend is.
Ik denk dat ik mijn gezondheid altijd een beetje als basis heb gezien. Gewoon iets wat er is. En nu weet ik hoe snel dat kan veranderen. Dus ja, het klinkt misschien als een enorme cliché, maar ik probeer er wel echt iets mee te doen. Meer genieten van die gewone dagen waarop ik me goed voel. Niet altijd maar wachten op die ene mooie bike trip of die perfecte trail.
Want uiteindelijk is dat misschien wel de les: je hoeft niet te wachten tot iets je wordt afgenomen om te beseffen hoeveel je ervan houdt. Dus als je vandaag gezond bent en je kunt doen waar je gelukkig van wordt? Ga. Pak die fiets!



For a while, I couldn’t ride my bike
In May, I suddenly got sick. And when I say suddenly, I really mean it. Looking back, there may have been a few small warning signs, but I mostly ignored them or thought they would pass. Until suddenly I was spending day and night in the bathroom. My body was barely absorbing any nutrients and, little by little, all my energy disappeared. I was extremely weak, had very low blood pressure and at one point, even going for a short walk felt like a real effort.
And that’s quite a thing when you normally want to spend as much time as possible outside, preferably on a mountain bike. Luckily, I had a very proactive GP who quickly referred me to a specialist. That’s where I was diagnosed with a chronic bowel disease. That was a lot to take in.
Because I was so weak, I was put on a six-week course of prednisone. And thankfully, after just a few days, I started to notice a difference. Not a sudden bam, I’m fit again. But I felt a little better. Slowly, some energy started to come back. At first, it was the really small things. Going for a short walk. Cycling to the supermarket. Doing some housework.
Not exactly exciting when you normally spend your weekends riding trails, chasing elevation and looking for your next enduro adventure. But at that point, these things felt like real milestones.
I also started looking much more closely at what I was eating. Not because I suddenly needed to follow some strict diet, thankfully, I don’t, but because I wanted to build myself back up. I had lost quite a bit of weight and mainly wanted to feel stronger again. What makes me feel good? What gives me energy? What does my body need right now?
Later, more blood tests showed that my iron levels were also very low. An iron infusion gave me another big boost. And slowly, I started getting back on my feet. First a little running. Then a short bike ride. And honestly, I have never been so happy to have an e-bike.
Normally, I use my e-bike to get the climbing out of the way in the mountains and save my energy for the fun part: the downhill. But this time, it became my perfect comeback bike. No worrying about whether I had enough energy to get home. I could just get on, ride for a bit and see how my body reacted.
It meant I could get back on my bike much sooner than I probably would have if I had needed to do everything under my own power. And then came the moment I had been looking forward to most: getting back on my enduro bike. I still remember exactly how that felt. I got on my bike and just started crying. Not because I was about to ride anything spectacular. I was just so incredibly happy to be back on my bike. That feeling of freedom. Being outside. The bike underneath me. For a while, nothing else mattered. That’s exactly why I love mountain biking so much.
These days, thankfully, things are going well. I’m on maintenance medication, I’m back working 100% and I’m riding and training again. I’m back riding the trails in my backyard, and in the mountains whenever I get the chance. And I think I appreciate it more than ever. Because if there’s one thing this whole experience has taught me, it’s how fragile your body actually is.
You assume you’ll be able to ride tomorrow. That next weekend you’ll be out in the woods for a few hours. That you’ll have enough energy to work, train, ride, make plans and just do all the things you enjoy. Until suddenly, you can’t. I think I always saw my health as a given. Just something that was there. Now I know how quickly that can change.
So yes, it might sound like a massive cliché, but I’m trying to do something with it. To appreciate those ordinary days when I feel good. Not always wait for that epic bike trip or the perfect trail.
Because maybe that’s the real lesson: you shouldn’t have to lose something before you realise how much you love it. So if you’re healthy today and you can do the thing that makes you happy? Go. Get on your bike!