Ga toch mountainbiken

Zo’n tien jaar geleden kocht ik mijn racefiets. Meteen was ik eraan verknocht en nam ik fanatiek deel aan allerlei toertochten in Nederland en België. Ook mocht ik de racefiets graag mee op vakantie nemen. Ook René, in het bezit van een mountainbike, kreeg ik aan de racefiets. Een leukere sport was er namelijk niet voor mij. Tot ik het mountainbiken ontdekte. Wist ik veel. Nu ziet mijn racefiets sporadisch daglicht en moet ik ‘m voor gebruik letterlijk afstoffen.

Als ik mijn racefiets al een buitenritje gun, is dat voor woon-werk (maar alleen bij mooi weer) en voor de Movares Wielerclassis in Utrecht. De jaarlijkse toertocht, georganiseerd door het bedrijf waar René werkt, is inmiddels traditie geworden. Qua afstand en snelheid kun je zelf kiezen. Ooit reden we de 120 kilometer, maar die dagen liggen ver achter ons. De laatste paar keer hebben we ons beperkt tot de 80 kilometer met een gemiddelde snelheid tussen de 23 en 26 km/u. Lekker op ut gemakje dus.

Hoe we er dit jaar bij kwamen om ons weliswaar in te schrijven voor de 80 km, maar met een gemiddelde snelheid tussen de 27-30 km/u is me nog altijd een raadsel. Een week voor de datum van de toertocht kreeg ik een lichte paniekaanval. 27-30, dat ging ik ammenooitniet redden. Ik had welgeteld een keer op de racer gezeten dit jaar en mijn conditie was echt nul door een heftige hooikoortsperiode in de maand april. De pollen waren zo talrijk aanwezig met als gevolg dat ik een maand lang nauwelijks had gesport. Oeps. Na overleg met René, wiens conditie ook wat te wensen over liet, besloten we om te switchen naar een lagere snelheid.

Zaterdag 18 mei bleek een stralende dag te zijn dus met veel goede zin stapte ik ’s ochtends op de racer. Het voordeel van een korte afstand met lage snelheid is, dat de starttijd niet al te vroeg is en we thuis nog rustig konden ontbijten, tasje pakken, bidon vullen en de banden oppompen. Eenmaal bij Movares aangekomen, hadden we ook nog tijd voor een bakje koffie met koek. Een goed begin van deze dag! Na wat handen te hebben geschud met onze fietsgroepsgenoten, werd rond 11 uur het startschot voor vertrek gegeven.

Een les die ik heb geleerd van de vorige keren is, dat ik in een groep vooral niet achterin moet gaan zitten. Bij elke bocht of oversteek fiets je letterlijk en figuurlijk achter de feiten aan en moet jij hard aanpoten om bij de groep te blijven. Ik zat dus comfortabel achter de kopmannen. En dat ging lekker. De zon scheen, weinig wind, gezellige praat, tot ik besloot even op kop te gaan rijden. Tering, wat een wind (dus toch). Nu moest ik echt aan de bak. Dag comfortabele positie. Na een paar kilometer had ik het alweer gezien en liet ik me weer afzakken naar positie twee. Sorry mannen ;-).

De toertocht die was uitgezet, bracht ons dwars door het prachtige Rivierenland. Denk slingerende dijken, wuivende rietvelden, weelderige boomgaarden en pittoreske dijkdorpjes. De 80 kilometer gingen als van zelf voorbij en voor ik het wist, zag ik alweer de contouren van de stad Utrecht. Bij het binnenrijden van Utrecht, kwam ik naast Thomas te fietsen. Ik had hem de hele dag nog niet gezien of gesproken, omdat hij achterin zat en ik voorin. Na wat over en weer geklets over onze racefietsen, ik op een oude aluminium Bulls, hij op zijn hervonden Cube, kwamen we bij Movares aan. Het bier lag koud en de barbecue stond op het punt te worden aangestoken.

Movares Wielerclassic

Onder het genot van een hapje en drankje raakte ik wat verder aan de praat met Thomas. Hij vertelde dat hij fietsverhalen schrijft. “Goh wat leuk”, zei ik, zoals achteraf zou blijken, wat naïef, “ik schrijf ook wel eens wat, maar dan over mountainbiken op mijn eigen blog missmtb.com”. De link tussen de Thomas Braun die tegenover me zat en de Thomas Braun die een column in het blad Fiets schrijft, had ik allerminst gelegd (het blad Fiets behoort wel degelijk tot mijn maandelijkse lectuur, misschien toch eens beter gaan lezen in plaats van plaatjes kijken ;-0). Evenmin kende ik het boek Ga toch fietsen, noch een van zijn andere boeken. Ieder ander in het fietswereldje schijnt hem wel te kennen en dat geeft te denken. Getriggerd door zijn verhaal, ‘de metamorfose van een dikke veertiger’, heb ik intussen zijn eerste boek Ga toch fietsen gelezen. Inmiddels volg ik Thomas op Strava. En vooruit, ook op Instagram. Waar een wielertocht al niet toe kan leiden.

En toch, ondanks het geweldige landschap, de perfecte omstandigheden en toffe medewielrenners, vond ik de 80 kilometer op de racefiets wel weer genoeg. Ik vind het gewoon saai om alleen maar te trappen. Ook ben ik niet meer gewend om op de openbare weg te fietsen en het constant waarschuwen van elkaar met “voor”, “achter”, “tegen”, bezorgde mij een schorre stem. In een groep fietsen is ook niet echt mijn ding, waarschijnlijk omdat ik het maar een keer paar jaar doe. Ook raken medeweggebruikers soms wat geïrriteerd als er een groep wielrenners aan komt denderen. En dan gingen wij niet eens echt hard. Maar wat ik vooral mis op de racefiets, is de actie en de uitdaging. Het mountainbiken bezorgt mij zoveel meer fun. Buitenspelen in de bossen, ver weg van alle auto’s, dat is voor mij ultiem. Daarom zeg ik op mijn beurt: “ga toch mountainbiken!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *